Vannacht had Wim zo’n vreselijke last van de airco, hij lag maar te hoesten en was benauwd, dat ik er ook niet van kon slapen. Ik ben toen mijn bed uitgegaan, het was 3.30 uur, om water te koken zodat hij kon stomen. Daarna ben ik naar de Walmart aan de overkant gelopen om te kijken of die misschien open was. En ja hoor, 24 uur per dag kun je hier je boodschappen doen! Erg druk was het er niet. Toen moest ik op zoek naar iets tegen de hoest in de enorme schappen van het “pharmacy” gedeelte. Eenmaal had gevonden had ik vervolgens keuze uit tientallen drankjes en pillen en heb ik mij maar laten adviseren door een medewerker. Die raadde mij een hoestdrank aan van het eigen merk. Weer terug in de camper leek het al weer ietsje beter met Wim te gaan. Hij had een paracetamol met codeïne ingenomen en lag nu lekker te slapen. Ik ben toen ook nog een uurtje mijn bed in gekropen.

En toen moesten we afscheid nemen van Marloes. We zijn naar de zijkant van Sam’s Town hotel gereden met de campers, hebben ze daar even illegaal geparkeerd en zijn toen met haar samen naar de “Valet parking” aan de voorkant gelopen. Daar heeft een “bell-boy” een taxi geroepen die haar naar het Excalibur hotel kon brengen. Na onze omhelzingen stapte ze in de taxi en hebben we haar uitgezwaaid. Dat was toch wel even een emotioneel momentje. En daarna begon deel twee van onze roadtrip.
Via de interstate 15 zijn we naar de Valley of Fire scenic drive gereden. Onderweg raakten we elkaar al in Las Vegas kwijt. Dat was wel een beetje vervelend, want de walkie talkies deden het niet meer omdat ze niet waren opgeladen en onze telefoons hadden geen bereik waardoor we geen SMS-jes konden versturen. Maar uiteindelijk vonden we elkaar toch weer bij de ingang van het statepark. De toegang bedroeg $ 10 per camper.
Het Valley of Fire SP is werkelijk schitterend. Mooie oranje kleuren vanuit het niets, met daarboven een knalblauwe lucht. Zéér fotogeniek allemaal. Vanaf de kant van de weg zagen we een “bighorn sheep” lopen op de bergwand. Als je de foto ziet snap je wel waarom hij zo genoemd is.
Daarna waren we bij de “beehives”, dit zijn net grote versteende olifantendrollen met geribbelde zijkanten.
Daarna bij het Visitor Centre om informatie te halen over de wandelingen. Het was zo extreem heet dat ons werd afgeraden de wandeling bij de “white domes” of naar de “fire wave” te lopen. Dat was jammer, want die hebben wij nog nooit gedaan en leek ons erg mooi. Dan maar “Mouse’s Tank”. Dit is een canyon waar je allemaal petroglyphen op de rotswanden kunt zien. Onderweg vonden we een mapje met allemaal creditcards, geld, etc. dat een mevrouw verloren had. We besloten het mee te nemen en later af te geven bij het Visitor Centre, tenzij we haar natuurlijk al eerder zouden tegenkomen. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Zij was teruggekomen om het te zoeken en was superblij dat wij het gevonden hadden.
Carolien was in de veronderstelling dat het een rondwandeling was, dus we zijn nog een heel eind de canyon in geklauterd. Het was zoals de ranger al had gezegd extreem heet en er was vrijwel geen schaduw. Na ongeveer anderhalf uur lopen waren we helemaal bezweet, hongerig en dorstig weer terug bij de camper. We zijn toen doorgereden naar “Elephant Rock” en hebben daar wat gegeten en deze prachtige rots bewonderd.
Daarna zijn we doorgereden naar Zion National Park over een prachtige weg door de bergen. Het landschap in Utah is enorm kleurrijk. Onderweg belandden we nog in een korte file door wegwerkzaamheden en hebben we nog even getankt. Bij de entree van Zion moesten we de nationale parken pas aanschaffen en een ticket kopen om aan de andere kant van Zion door de tunnel er weer uit te kunnen. De pas kostte $ 80 en het ticket $ 15. Toen Wim vertelde dat hij ook voor zijn zoon de pas en het ticket wilde betalen zei de rangerlady dat zij ook zo’n vader wilde hebben die dat voor haar zou doen.
Bij de ingang van het park stond al aangegeven dat alle campgrounds in het park bezet waren, maar ik had gelukkig in december vorig jaar al twee prachtige plekken gereserveerd. Nadat we ons geïnstalleerd hadden en een borrel hadden genomen zijn wij Hollandse pot gaan koken (bloemkool, aardappelen en een gehaktballetje). En na het eten zijn we naar de “rangertalk” gaan luisteren. De rangerlady stelde eerst een aantal multiple choice vragen over Zion en vertelde daarna het een en ander over de dinosaurussen die hier vroeger geleefd hebben.
Na dit interessante praatje zijn we ons bed in gedoken.

De foto’s van vandaag staan hier.